
RTTI
Het verhaal achter de cijfers
Achter elk cijfer zit een verhaal. Hoe komt een leerling tot een 6 of 8? Dat ontdekken wij met de RTTI-onderwijsmethode. RTTI geeft ons inzicht in je capaciteiten, leerproces en ontwikkeling. Wat gaat goed? Wat kan beter? Met gerichte acties en leerstrategieën helpen we jou om het beste uit jezelf te halen.
Vier cognitieve niveaus
RTTI bestaat uit vier cognitieve niveaus: reproductie, toepassen in bekende situaties, toepassen in onbekende situaties en inzicht. Deze niveaus worden aan verschillende toetsvragen gekoppeld. Scoor je bijvoorbeeld goed op inzicht of blink je juist uit in het reproduceren van kennis? RTTI maakt jouw leerproces en -gedrag inzichtelijk en meetbaar.
De letters R, T, T, I sluiten aan op de letters O, M, Z, A, die staan voor Organisatie, Meedoen, Zelfvertrouwen en Autonomie. Een leerling die (nog) moeite heeft met het toepassen van leerstof in een bekende situatie, heeft vaak (nog) niet het zelfvertrouwen om dit te doen. De docent zal dus niet alleen op leerstrategieën focussen die gericht zijn op toepassing van de leerstof, maar de leerling ook het vertrouwen geven om de vraag te kunnen beantwoorden. Zo haalde Lieke weer dikke voldoendes, doordat RTTI meer inzicht gaf in haar cijfers.
De ene 6 is de andere niet
Met behulp van RTTI zien we hoe een leerling aan zijn cijfer komt. Haalt de ene leerling een 6 met kennis- en toepassingsvragen, maar is deze minder goed in toetsvragen waarbij meer inzicht nodig is, dan kan het zo zijn dat deze leerling gelukkiger en succesvoller is op vmbo-tl. Terwijl die andere leerling zijn 6 scoort op de vragen die gericht zijn op inzicht, geen betere cijfers zal halen op vmbo-tl dan op havo/vwo. Het gaat er dus niet alleen om dat je een 6 haalt, maar vooral de manier waarop.
Elke leerfase vraagt aanpassing
In de bovenbouw is het gevraagde niveau anders, en zul je jouw inzicht en organisatievermogen nog meer nodig hebben. Het is dus belangrijk dat je je tijdens de overgang naar een andere leerfase kunt aanpassen. Dat vindt de één makkelijker dan de ander. Als een 8 in de onderbouw ineens verandert in een 4 of 5 in de bovenbouw, is de kans groot dat de overgang naar een nieuwe leerfase een obstakel voor je vormt.
Harder werken is niet altijd de oplossing
Grote kans dat je niet harder, maar vooral anders moet leren om jouw prestaties te verbeteren, efficiënter en resultaatgerichter. Doe je je best, maar haal je toch onvoldoendes? Dan kan het heel naar zijn om te horen dat je harder moet werken. Wij zeggen dit dan ook niet, maar helpen je efficiënter te leren.