Alumnus uitgelicht: Ted van der Valk

Op een stralende dinsdagochtend rijd ik iets voor elven het terrein op van Hotel van der Valk Nootdorp. Het staat er bomvol met auto’s, er is nergens plek. Het hotel is in trek, dat is duidelijk. Na twee rondjes zie ik iemand wegrijden dus duik ik snel het parkeervak in. Als ik me bij de receptie meld zie ik talloze hotelgasten. Ze komen trappen af, liften uit, zitten in de lounge of staan in de lobby te praten. Als ik een blik werp op het restaurant, lijkt elke tafel bezet. Net als ik me afvraag of dat nou late ontbijters of vroege lunchers zijn, staat Ted van der Valk voor me. Wat is hij jong, is het eerste wat ik denk. Strak in pak en met een glimlach van oor tot oor heet hij me welkom. “Kom, we zoeken een plekje op”, en weg is hij.

Geen kantoor

Ik draaf achter hem aan het restaurant in. Een sfeervol geroezemoes stijgt op van de tafels. In deze drukte zie ik het interview niet voor me, maar misschien weet Ted een rustige plek. Hij versnelt zijn pas en doorkruist het enorme restaurant, ik kan hem amper bijhouden. “Is er geen kantoor?”, probeer ik. Ted reageert niet. Zijn oog valt rechts op een stel dat wil afrekenen en links op een groepje dat een tafel zoekt. Hij weet ze allebei van dienst te zijn en komt daarna bij me terug. “Nee, een kantoor heb ik niet.” Hij had me dus toch gehoord. Even later zitten we in een verlaten bar, helemaal aan de andere kant van het hotel. In het begin oogt Ted onrustig. Op mijn vraag of dit komt doordat we niet in het restaurant zitten, knikt hij.

“Het liefst had ik daar gezeten. Als het zo druk is wil ik overzicht houden en bijspringen als het moet. Ik run dit hotel, maar ik ben geen manager die het aan anderen overlaat. We doen het met elkaar. Daarom heb ik dus geen kantoor. Ik ben altijd zichtbaar.”

Familie

Ted is de vierde uit een gezin van zes kinderen, drie jongens en drie meisjes. Ze maken deel uit van de nieuwe Van der Valk-generatie en runnen allemaal één van de hotels. “Ik ben er letterlijk voor in de wieg gelegd, dat is waar. Maar het zit gelukkig ook echt in ons bloed, we genieten allemaal van het vak. Ik ben geboren in Van der Valk Schiphol, mijn ouders woonden in het hotel. Ons adres? Rijksweg A4, nummer 3. Welk kind kan zeggen dat ze met 120 kilometer per uur door je straat racen? Het was keihard werken voor mijn ouders, helemaal in combinatie met 6 kleine kinderen. Ik heb daar groot respect voor. Zo lang ik me kan herinneringen heb ik meegeholpen in het bedrijf. Er is altijd wat te doen, zo was het motto. Ik heb de hoteltuin geschoffeld, in de keuken afgewassen, noem maar op. Mijn vader leerde mij alles. Hij was hard, maar ook reëel.” Zodra Ted klaar was om uit te vliegen, kreeg hij het Van der Valk-hotel in Harderwijk toegewezen. Een leuke en leerzame tijd. Sinds kort heeft zijn zus het daar voor het zeggen, zit Ted in Nootdorp en is een van zijn broers doorgeschoven naar Schiphol. “Zo gaat dat. We kijken steeds: wat heeft een hotel nodig en wie binnen onze familie past daar het best bij? We hebben allemaal onze specifieke kwaliteiten. Dat is ook wel nodig, want we zijn landelijk flink aan het vernieuwen en uitbreiden. Daar komt veel bij kijken. Het is mooi om te zien hoe onze nieuwe uitstraling aanslaat. Ook mensen die ons vroeger voorbijreden komen nu graag bij ons over de vloer.” Vijfentwintig is Ted, maar junior komt hij niet over. Het is duidelijk dat hij in zijn kracht staat en weet waar hij het over heeft. Als tijdens het interview medewerkers even snel naar binnen schieten om alvast wat voorbereidingen te treffen in de bar, valt op hoe hij iedereen bij naam kent en hoe leuk het contact onderling is. “We zijn één familie. Dat staat los van de achternaam. Als je hier werkt, hoor je erbij. Of je nu Van der Valk of De Vries heet, dat maakt niet uit. Ik wilde graag meewerken aan dit interview, want bij Luzac heerst exact dezelfde sfeer. Een hechte groep met mensen die door het vuur gaan voor elkaar. Het voelde als thuis.”

Namen noemen

Ted was aanvankelijk geen makkelijke leerling. Andere prioriteiten, snel afgeleid, de lachers op zijn hand. “Ik ben meer van het entertainen. Ik maakte er altijd een feestje van in de klas. Dat vonden de docenten wat minder.” De mavo haalde hij nét. Vervolgens was de vraag: verder leren of aan de slag in het bedrijf? “Vooral mijn vader is van het harde werken, hij zegt: daar leer je het meest van. Dat is ook wel zo, maar de maatschappij zit toch anders in elkaar. Als ik spijbelde deed hij zijn best om streng te reageren, maar ik zag dat hij dan eigenlijk trots op me was. Mijn moeder zorgde voor het tegenwicht, die werd oprecht boos. Zij kwam met het idee om naar Luzac te gaan voor de havo. Ze wist dat ik het in me had. Ik ben haar nog steeds dankbaar. Niet alleen omdat het goed is om dat diploma op zak te hebben, maar ook omdat ik mijn Luzac-tijd voor geen goud had willen missen. In zekere zin was er een regime, maar het was er altijd gezellig. Precies wat ik nodig had. En ik wil echt even wat namen noemen hor! Meneer Leertouwer was mijn rector. Geniale man. Wat een charisma, wat een intelligentie en wat een aanpak. Hij was me altijd te slim af, zei precies de goede dingen. Mevrouw de Jong wil ik ook noemen. Mijn mentor. Of moet ik zeggen tweede moeder? We hebben nog steeds goed contact, heel waardevol.”

Alles kan

“Luzac heeft me in positieve zin veranderd. Er werd nooit in problemen gedacht, maar in oplossingen. Dat werkt aanstekelijk, mijn mindset veranderde. Je bent als mens tot veel in staat, maar je moet goed plannen, goed nadenken en goed focussen. Klinkt makkelijk, maar dat is het niet. Niet voor mij in ieder geval. Luzac heeft het me allemaal geleerd en ik pluk daar nog steeds de vruchten van. ‘Kan niet’ bestaat voor mij niet. Alles kan. Een  oorbeeld? We hebben hier in het restaurant een kaart waar een gemiddelde keukenbrigade helemaal naar van wordt. Zo uitgebreid, zo gevarieerd. In de zomer kwamen er wat bouwvakkers binnen, ze vroegen om stamppot. Dan kun je zeggen: hebben we niet. Maar wij zeggen: we maken het gewoon. Smullen dat ze deden. Het kost tijd en het vergt creativiteit, maar dat maakt me niets uit. Een dankbare klant, dát telt. Dienstbaar zijn, mensen pleasen, het verschil maken. Dat is wat ik wil, mijn hele leven lang. Wat mij scherp houdt? Het elke dag beter willen doen dan gisteren. Dat is ook  hoe ik mijn havo wist te behalen op Luzac. Door steeds weer een grens te verleggen, stap voor stap. Ze hebben me er doorheen moeten slepen en praten, maar uiteindelijk was ik zélf degene die de meters maakte en de finish haalde. Een heerlijk gevoel.”