Terug naar alle nieuwsberichten

Wat zijn beweegredenen voor particulier onderwijs?

Vandaag, 5 februari, heeft de Onderwijsinspectie een rapport gepresenteerd over de groei van het particulier onderwijs. Dit rapport onderzoekt waarom oprichters, ouders en docenten kiezen voor particulier onderwijs.

Het onderzoek richt zich specifiek op B3-scholen, die geen diploma-erkenning hebben en alleen dienen als instellingen waar leerlingen aan de leerplicht kunnen voldoen. Ongeveer 20% van de leerlingen in het voortgezet particulier onderwijs zit op een B3-school. Het verschil tussen B2-scholen (met diploma-erkenning) en B3-scholen (zonder diploma-erkenning) is significant. Leerlingen die ervoor kiezen hun schoolloopbaan af te sluiten met een staatsexamen in plaats van een diploma, hebben daar vaak belangrijke redenen voor, zoals beschreven in het rapport.

Opvallend is dat 80% van de oprichters van een B3-school zelf een kind op die school heeft. Dit betekent dat de meeste B3-scholen worden opgericht door ouders die vinden dat het reguliere onderwijs niet voldoet, behoefte hebben aan een specifieke levensovertuiging in de school, of kleinschaligheid belangrijk vinden.

Luzac heeft een B2-status maar herkent veel beweegredenen uit het rapport, zoals de behoefte aan kleine klassen, maatwerk en een prettig schoolklimaat. Natuurlijk erkent Luzac ook dat er soms onvrede is over het bekostigde onderwijs. Wat echter niet in het onderzoek naar voren komt (en begrijpelijk gezien de opzet), is dat de meeste ouders en leerlingen een positieve keuze maken. Ze willen het best passende onderwijs voor hun kind: een gewone school, met een regulier eindexamen en diploma, maar wel in een kleinschalige setting met een leerklimaat waarin leerlingen kunnen floreren en waar nodig maatwerk wordt geboden.

Het is opvallend dat de Onderwijsinspectie een standpunt inneemt over particulier onderwijs. Mevrouw Oppers stelt dat particulier onderwijs een functie heeft voor leerlingen waarvoor het bekostigde onderwijs niet toereikend is. Dit doet niet alleen het erkende particuliere onderwijs tekort, maar is ook ongepast in het kader van de vrijheid van onderwijs. De overheid moet zorgen voor goed bekostigd en toegankelijk onderwijs voor iedereen. Ouders en kinderen moeten vrij kunnen kiezen voor het onderwijs dat het beste bij hen past, binnen de wettelijke kaders.