De RTTI-methode: de ene 6 is de andere niet

Achter elk cijfer zit een verhaal. Hoe komt een leerling tot een 6 of 8? Dat ontdekken wij met RTTI. Een waardevol middel om inzicht te krijgen in de capaciteiten, het leerproces en de ontwikkeling van een leerling. Wat gaat goed? En wat kan beter? Dankzij de RTTI-methode kunnen we met passende acties en leerstrategieën de leerling helpen om zo goed mogelijk te presteren. Zo wordt de leerpotentie optimaal benut. Pepe Leertouwer, rector van Luzac Hilversum, vertelt over de meerwaarde van de RTTI-methode.

Bij Luzac weten wij als geen ander dat elke leerling eigen leerdoelen en -behoeften heeft. Om leerlingen echt het allerbeste uit zichzelf te laten halen, is inzicht nodig. Op basis van toetsresultaten stellen wij het passende niveau vast en geven we elke leerling de handvatten, waarmee hij of zij optimaal presteert.

De letters R, T, T en I staan voor vier cognitieve niveaus: Reproductie, Toepassen in bekende situatie, Toepassen in nieuwe situatie en Inzicht. De RTTI-systematiek neemt een toets als beginpunt voor het geven van inzicht. Doordat elke toets een RTTI-label heeft, wordt per vraag duidelijk welk cognitief niveau getoetst wordt. We leggen de scores van de leerlingen naast de vragen, waardoor we het leerproces op elk cognitief niveau kunnen inzien.

Vier verschillende niveaus met bijbehorende gedragsindicatoren

Naast de verschillende cognitieve niveaus koppelen we gedragsindicatoren aan de resultaten van onze leerlingen. Zo krijgen wij inzicht in gedragsaspecten die samenhangen met prestaties binnen de verschillende niveaus.

Reproductie

Het eerste niveau, Reproductie, gaat over het kennen van de materie. Van definities, Franse woordjes tot jaartallen. De bijbehorende gedragsindicator is Organisatie. Leerlingen die hoog scoren op reproductieniveau werken gestructureerd. Leerlingen die laag scoren zijn vaak wat chaotisch. Heeft een leerling een lage score? Dan lopen we samen even naar zijn of haar kluisje. Die is meestal rommelig. En het wiskundehuiswerk is vaak onvindbaar.

Toepassen binnen bekende situaties

Met de kennis gaan we vervolgens naar de T van toepassen in bekende situaties. In hoeverre kan een leerling het geleerde toepassen in situaties die hij al geoefend heeft? Meedoen is een gedragskenmerk dat aansluit bij Toepassen in bekende situaties. Een leerling die oplet in de les scoort prima op dit niveau. Indien een leerling dit nog niet doet, valt er vaak nog veel winst te behalen.

Toepassen in nieuwe situaties

Het derde niveau, Toepassen in nieuwe situaties, wordt ingewikkelder. Leerlingen moeten namelijk de opgedane kennis waarmee ze geoefend hebben toepassen in een nieuwe context. Dit niveau vraagt om het gedragskenmerk Zelfvertrouwen, waarmee leerlingen geloven in hun eigen capaciteiten om in een nieuwe situatie hun kennis toe te passen. Meer zelfvertrouwen krijgen is makkelijker gezegd dan gedaan, maar ook hierin worden leerlingen geholpen door hun persoonlijke begeleider.

Inzicht

Het vierde en hoogste cognitieve niveau is Inzicht. De leerlingen krijgen geen methode, context of situatie aangeboden, maar alleen een vraagstuk. Zij moeten zelf bepalen hoe ze het aanpakken. Zo laten zij zien dat zij vanuit verschillende, nieuwe perspectieven kunnen denken.

Hierbij hoort het gedragskenmerk Autonomie, dat staat voor zelfstandig functioneren, reflectie en verantwoordelijkheid.

‘’Het grote voordeel van de RTTI-methode is dat we het hoogst haalbare, passende niveau op basis van toetsresultaten zorgvuldig kunnen bepalen. En dat we leerlingen gericht kunnen helpen om op alle niveaus goed te presteren. Dit resulteert in verbeterde cijfers en meer leerplezier.’’

Harder werken is niet altijd de oplossing

In veel gevallen moet een leerling niet harder, maar vooral anders leren om optimaal te presteren. Efficiënter en resultaatgerichter. Leerlingen die een weekend lang samenvatten en definities arceren doen goed hun best, maar dat garandeert niet per se een goed cijfer. Als je veel leert maar tegenvallende resultaten haalt, kan het heel naar zijn om te horen dat je harder moet werken. Wij zeggen dit dan ook niet, maar zorgen ervoor dat de leerling efficiënter leert leren.

Dezelfde cijfers, maar een ander advies

Twee brugklassers met zessen op hun cijferlijst kunnen toch een ander advies krijgen. Het schooladvies in het tweede brugjaar is namelijk deels afhankelijk van op welk niveau een leerling goed of slecht scoort. Blijkt dat een leerling sterk is op de vlakken Toepassen in onbekende situaties en Inzicht, maar ongestructureerd werkt? Dan is de kans groot dat een ontwikkeling binnen Reproductie in nog betere prestaties resulteert en hij uiteindelijk een hoger niveau-advies krijgt. Voor iemand die goed scoort op Reproductie en Toepassen in bekende situaties maar slecht op Inzicht, is harder leren en meer overzicht meestal niet de oplossing. Dat heeft de leerling namelijk al op orde.

Kortom: dankzij de RTTI methode kunnen wij leerlingen optimaal ondersteunen om het maximale uit hun capaciteiten te halen. Van efficiënt plannen tot leren leren: iedere leerling heeft eigen doelen en een persoonlijk leerplan, waarmee hij of zij zich verder ontwikkelt en het beste uit zichzelf haalt.